De wetgeving omtrent loonvorderingen tijdens ziekte is een complex en veelomvattend onderwerp dat zowel werknemers als werkgevers raakt. Jurisprudentie van de Hoge Raad en diverse lagere rechters hebben echter de toepassing van de relevante artikelen verder verduidelijkt. In dit artikel bespreken we de belangrijkste aspecten van het wettelijk kader en recente uitspraken.
Jurisprudentie
Diverse uitspraken van de Hoge Raad en lagere rechters hebben de toepassing van de relevante artikelen verder verduidelijkt. Zo bevestigde de Hoge Raad dat de nakoming van re-integratieverplichtingen kan worden opgeschort indien de werkgever niet voldoet aan zijn loondoorbetalingsverplichting.
Wettelijk Kader
Het wettelijk kader voor het instellen van een loonvordering tijdens ziekte omvat de rechten en verplichtingen van zowel de werknemer als de werkgever. Een cruciaal element in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid is het deskundigenoordeel van het UWV.
Artikel 629 – Burgerlijk Wetboek Boek 7
Op grond van artikel 7:629, lid 1 heeft de zieke werknemer recht op ten minste 70 procent van zijn naar tijdruimte vastgestelde loon. Tijdens de eerste 52 weken van ziekte heeft hij ten minste recht op het voor hem geldende minimumloon. Dit betekent dat iemand die het wettelijk minimumloon verdient, tijdens ziekte niet onder het sociaal minimum zakt.
Uitspraken van Rechtbanken
ECLI:NL:RBROT:2024:4994 Rechtbank Rotterdam, 29-05-2024: Een arbeidsongeschikte werknemer heeft recht op doorbetaling van het loon tijdens ziekte gedurende 104 weken. Doorbetaling mag slechts worden opgeschort wanneer de werkgever niet in de gelegenheid wordt gesteld om te controleren of de werknemer recht heeft op loon. De werknemer moet de controlevoorschriften opvolgen, mits deze redelijk zijn, schriftelijk zijn gegeven en slechts betrekking hebben op het verstrekken van beperkte informatie.
ECLI:NL:RBROT:2024:5758 Rechtbank Rotterdam, 12-06-2024: De wet somt limitatief op in welke gevallen een werkgever een loonstop mag toepassen bij een arbeidsongeschikte werknemer. Artikel 7:629 lid 3 onder d BW stelt dat een werknemer geen recht op doorbetaling van zijn loon tijdens ziekte heeft in de periode dat hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan redelijke voorschriften van de werkgever of bedrijfsarts die gericht zijn op het verrichten van passende arbeid.
ECLI:NL:RBMNE:2022:4141 Rechtbank Midden-Nederland, 14-10-2022: Op grond van artikel 7:629 lid 1 BW heeft een werknemer recht op loondoorbetaling bij ziekte. De werknemer is verplicht redelijke aanwijzingen van de werkgever of bedrijfsarts na te komen en passende arbeid te verrichten. Indien hij dit zonder deugdelijke grond niet doet, is de werkgever gerechtigd zijn loonbetalingsverplichtingen stop te zetten.
Conclusie
De wetgeving rond loonvorderingen tijdens ziekte is gericht op een balans tussen de rechten en verplichtingen van werknemers en werkgevers. Het deskundigenoordeel van het UWV speelt hierbij een cruciale rol. Recente jurisprudentie heeft verder verduidelijkt onder welke omstandigheden loon mag worden opgeschort of gestopt.
Hulp van JUROP
Als u vragen heeft omtrent een loonvordering of andere arbeidsgeschillen kan JUROP u bijstaan met advies of juridische bijstand bij procedures. Neem contact op via het contactformulier, laat een terugbelverzoek achter of stuur een email naar info@jurop.nl.
