Werkgever gaat in hoger beroep en krijgt de deksel op zijn neus
In een recente uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 december 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:3453), ging het om de beoordeling van een door de werkgever Eigenwijks ingesteld hoger beroep. Eigenwijks kwam op tegen toekenning van €60.000,- bruto aan billijke vergoeding door de kantonrechter. De werknemer stelde incidenteel hoger beroep in en ging juist voor een hogere billijkere vergoeding. Achteraf zal Eigenwijks zich achter de oren hebben gekrabd en zich hebben afgevraagd of het wel verstandig was om hoger beroep in te stellen. Het hof kent namelijk een fors hogere vergoeding toe en bepaalt dat de werknemer aanspraak maakt op een billijke vergoeding van €260.000,- bruto. Het is maar de vraag of de werknemer ook zelfstandig in hoger beroep zou zijn gegaan…
De zaak in detail
Naar oordeel van de kantonrechter werd de werknemer, die meer dan 25 jaar in dienst was van Stichting Eigenwijks, onterecht op non-actief gesteld. De stichting diende een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in en stelde dat er primair sprake was van disfunctioneren, subsidiair een verstoorde verstandhouding en meer subsidiair een combinatie van beide gronden. De kantonrechter wees disfunctioneren echter af, vooral omdat de stichting de werknemer direct na nieuwe kritiek uit zijn functie had gezet zonder hem een serieuze kans op verbetering te bieden. Dit leidde tot een ernstig verstoorde verstandhouding, waarvoor de stichting als ernstig verwijtbaar werd beschouwd.
Oordeel van de kantonrechter
De kantonrechter kende de werknemer een billijke vergoeding toe van € 60.000,- bruto, waarbij rekening werd gehouden met factoren zoals het ernstig verwijtbare karakter van het handelen van Eigenwijks, de duur van de arbeidsovereenkomst en het feit dat [geïntimeerde] ten onrechte op non-actief was gesteld. De kantonrechter benadrukte ook dat de huidige arbeidsmarkt het onwaarschijnlijk maakte dat de werknemer tot aan zijn pensioen geen ander werk en inkomen zou vinden.
De stichting Eigenwijks was het niet eens met het oordeel van de kantonrechter en stelde hoger beroep in waarbij verzocht werd om de beschikking van de kantonrechter voor wat betreft de toekenning van de billijke vergoeding ter vernietigen. De werknemer stelt bij verweerschrift incidenteel beroep in en verzoekt onder andere om toekenning van een hogere billijke vergoeding.
Ernstig verwijtbare gedragingen van de werkgever
Het hof kwam tot de conclusie dat Stichting Eigenwijks ernstig verwijtbaar had gehandeld tegenover de werknemer. Hierbij werden verschillende factoren in overweging genomen:
- Verzuim bij re-integratie na ziekte: Eigenwijks had niet voldaan aan haar verplichtingen in het kader van de re-integratie na ziekte, zoals vastgesteld door het UWV.
- Onvoldoende mediation: De voorgestelde mediation betrof de toenmalig directeur van Eigenwijks in plaats van de medewerkers die over het functioneren van de werknemer hadden geklaagd.
- Niet ingrijpen bij werkdruk: De kritiek van medewerkers op de te hoge werkdruk werd onvoldoende aangepakt, wat bijdroeg aan de verstoorde verstandhouding.
- Onvoldoende onderzoek: Eigenwijks heeft niet tijdig en voldoende onderzoek gedaan naar de klachten van medewerkers.
- Geen verbetertraject: Er werd geen serieus verbetertraject aangeboden aan de werknemer, ondanks de geuite kritiek.
- Te snel gekozen consequenties: De werknemer werd te snel uit zijn functie gezet zonder reële kans op verbetering.
Toekenning van hogere billijke vergoeding door het hof
Bij het beoordelen van de zaak in hoger beroep, kwam het hof tot de conclusie dat de ernst van de tekortkomingen van Eigenwijks zwaarder woog dan eerder ingeschat. Het hof hield rekening met de blijvende negatieve effecten op de arbeidsinkomsten van de werknemer en verhoogde de billijke vergoeding naar € 260.000,- bruto. Deze verhoging was gebaseerd op de inkomensschade, die werd geschat op 20% van het salaris dat de werknemer bij afwezigheid van het ernstig verwijtbare handelen van Eigenwijks had kunnen blijven verdienen. Het hof stelde vast dat de arbeidsovereenkomst met de werknemer nu nog had kunnen voortduren en nog vele jaren had kunnen voortduren, indien Eigenwijks op een juiste wijze met de klachten was omgegaan.
Conclusie
Deze uitspraak benadrukt het belang voor werkgevers om zorgvuldig en rechtvaardig om te gaan met kritiek en klachten van medewerkers, en om hun verplichtingen in het kader van re-integratie serieus te nemen. Ernstig verwijtbaar handelen kan leiden tot aanzienlijke financiële consequenties en reputatieschade.
Hulp van JUROP
Als u vragen heeft over re-integratie, billijke vergoeding of andere arbeidskwesties kan JUROP u bijstaan met advies of juridische bijstand bij procedures. Neem contact op via het contactformulier, laat een terugbelverzoek achter of stuur een email naar info@jurop.nl.
