De Wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) is een Nederlandse wet die gemeenten verplicht ondersteuning te bieden aan inwoners zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen en kunnen blijven meedoen in de samenleving. Er zijn verschillende voorzieningen op grond van de wmo mogelijk. In dit artikel wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast wordt stilgestaan bij de kenmerken van de verschillende soorten voorzieningen.
Soorten voorzieningen
De wmo maakt onderscheid in twee soorten voorzieningen:
- Algemene voorzieningen
- Maatwerkvoorzieningen
Algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen zijn laagdrempelige vormen van ondersteuning die voor iedereen beschikbaar zijn, niet alleen voor mensen met een ondersteuningsbehoefte beschikbaar. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:
- Buurt- of wijkcentra
- Mantelzorgondersteuning
- Vrijwilligersdiensten
- Dagbesteding in de wijk
Algemene voorzieningen zijn bedoeld om snel en eenvoudig hulp te bieden en kunnen vaak zonder aanvraag worden gebruikt.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Daarnaast verwijst de gemeente soms naar voorzieningen die zij omschrijven als algemeen gebruikelijk. Ook dit zijn voorzieningen die niet speciaal bedoeld zijn voor mensen met een ondersteuningsbehoefte. Deze voorzieningen zijn dus voor iedereen toegankelijk.
De gemeente moet onderzoeken of een voorziening wel echt algemeen gebruikelijk is voor degene die de voorziening aanvraagt. Zo speelt vaak mee of een voorziening al dan niet specifiek voor gehandicapten bedoeld is, of de voorziening gewoon verkrijgbaar is, of de prijs van de voorziening vergelijkbaar is met soortgelijke producten en of een persoon zonder ondersteuningsbehoefte over de voorziening zou beschikken.
Verder is van belang dat het moet gaan om een voorziening waarover een persoon zonder ondersteuningsbehoefte in dezelfde omstandigheden ook zou kunnen beschikken. De persoonlijke kenmerken van de aanvrager spelen dus een rol bij de beoordeling of een voorziening algemeen gebruikelijk is of niet. Zo dient er onder andere gekeken te worden naar:
- Of de voorziening daadwerkelijk beschikbaar is
- Of de voorziening voor de aanvrager betaalbaar is
- Of de voorziening wel voorziet in de ondersteuningsbehoefte
Een gemeente zal dus eerst moeten onderzoeken of een bepaalde voorziening algemeen gebruikelijk is en daarna of de voorziening ook voor de aanvrager algemeen gebruikelijk is. Als de gemeente van oordeel is dat de voorziening voor de aanvrager algemeen gebruikelijk is, dan hoeft er geen maatwerkvoorziening te worden verstrekt. Voorbeelden van mogelijke algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn:
- Boodschappendienst
- Maaltijdvoorziening
- Elektrische fiets
- Klussendienst
- Tuinonderhoud
Maatwerkvoorzieningen
Maatwerkvoorzieningen zijn specifiek afgestemd op de persoonlijke situatie van een individu. Hierbij wordt rekening gehouden met de unieke behoeften en omstandigheden van de persoon. Anders dan bij algemene voorzieningen zijn maatwerkvoorzieningen niet voor iedereen toegankelijk. Ook dienen deze voorzieningen te worden afgestemd op de behoeften en kenmerken van de aanvrager. Daarbij heeft de gemeente een veel verder gaande onderzoeksplicht dan bij algemene voorzieningen. Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn:
- Hulp in het huishouden
- Aanpassingen in de woning (zoals een traplift)
- Begeleiding bij dagelijkse activiteiten of een passende dagbesteding
- Vervoersvoorzieningen
Deze voorzieningen vereisen een individuele beoordeling door de gemeente om vast te stellen wat precies nodig is en welke ondersteuning het beste past.
Onderzoek van de gemeente
Om te kunnen bepalen welke voorziening het beste bij de aanvrager past, moet de gemeente gericht onderzoek doen. De gemeente moet de persoonlijke kenmerken van de aanvrager in kaart brengen. In het artikel: Onderzoeksplicht van de gemeente bij een wmo-aanvraag wordt dieper ingegaan op hoe het onderzoek naar de persoonlijke kenmerken van de aanvrager gedaan moet worden. Naast dat er naar de persoonlijke kenmerken gekeken dient te worden, moeten ook de volgende onderdelen in kaart worden gebracht.
De eigen kracht
De gemeente onderzoekt of iemand in staat is om op eigen kracht te voorzien in de hulpvraag en dus zelf bij kan dragen aan het verbeteren van zijn situatie. Zo kijkt de gemeente wat iemand zelf zou kunnen doen om zijn of haar situatie te verbeteren, eventueel met hulp van het eigen netwerk (zoals familie, vrienden, buren, kennissen of vrijwilligers). De gemeente kijkt dus eerst of de hulpvraag binnen het eigen netwerk opgelost kan worden voordat een voorziening wordt toegekend. De eventuele kosten die bij de ondersteuning vanuit het netwerk komen, moet de aanvrager ook zelf betalen. De gemeente kijkt daarbij wel naar de individuele situatie van de aanvrager, waarbij beperkingen en leerbaarheid van invloed zijn.
Gebruikelijke hulp
In sommige gevallen geeft de gemeente aan dat de hulpvraag hulp betreft die verwacht mag worden van huisgenoten of familieleden, zoals het helpen met lichte huishoudelijke taken of het doen van boodschappen. Dit wordt gebruikelijke hulp genoemd.
Gebruikelijke hulp is hulp die ‘naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten’. Wanneer de gemeente onderzoekt of er sprake kan zijn van gebruikelijke hulp, moet er worden gekeken naar wat er ‘redelijkerwijs’ van een huisgenoot verwacht mag worden en of een huisgenoot ook daadwerkelijk in staat is om deze hulp te bieden. Het uitgangspunt is dat een huisgenoot de gebruikelijke hulp kan leveren, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. Dit kan bijvoorbeeld zijn wanneer de huisgenoot zelf gezondheidsproblemen heeft. De gemeente mag in zo’n geval dan niet verwijzen naar gebruikelijke hulp.
Bij personen die niet in dezelfde woning wonen, wordt er niet gesproken van gebruikelijke hulp maar van mantelzorg. Dit is onderdeel van de eigen kracht van de cliënt. Mantelzorg is niet afdwingbaar en de gemeente moet onderzoeken of de mantelzorger in staat is tot het bieden van mantelzorg.
Goedkoopst adequaat
Wanneer de gemeente onderzoekt welke voorziening de aanvrager nodig heeft, wordt er altijd gekozen voor de goedkoopst adequate oplossing. Dit betekent dat de gemeente, wanneer er meerdere oplossingen voorhanden zijn, altijd zal kiezen voor de goedkoopst passende oplossing voor de aanvrager.
Voorbeeld:
Y woont in een woning waarvan de voordeur hoger ligt dan zijn voortuin. Als gevolg van een ongeluk kan Y door het niveauverschil tussen zijn voordeur en de tuin zijn woning niet meer binnen gaan. Dit kan worden verhulpen door het ophogen van de gehele tuin of het aanbrengen van een drempelplaat. Beide voorzieningen zijn passend, maar de drempelplaat is veruit goedkoper dan het ophogen van de gehele tuin. De gemeente zal dan kiezen voor de drempelplaat.
Financiële mogelijkheden
Ook kijkt de gemeente naar de financiële mogelijkheden van de persoon. Het kan zijn dat iemand in staat is om een voorziening zelf te bekostigen. Sommige voorzieningen kunnen daarnaast een eigen bijdrage vereisen. Vanaf januari 2026 zal er ook een inkomensafhankelijke bijdrage worden ingevoerd, om de zorg en ondersteuning betaalbaar te houden. De hoogte van de eigen bijdrage wordt dan afhankelijk van het inkomen van de aanvrager.
Voorzienbaarheid
Tijdens het onderzoek kijkt de gemeente ook naar de voorzienbaarheid. Voorzienbaarheid houdt in dat de gemeente bekijkt of de behoefte aan ondersteuning te voorzien was en of men er zelf maatregelen voor had kunnen treffen. Bij voorzienbaarheid is van belang dat de behoefte aan ondersteuning concreet en duidelijk moet zijn.
Voorbeeld:
X is niet in staat om een trap op te lopen en woont in een gelijkvloerse woning waar dit geen probleem is. X wil verhuizen naar een andere woning en besluit naar een woning met een trap te verhuizen. Een aanvraag voor bijvoorbeeld een traplift zal worden afgewezen op grond van voorzienbaarheid. X wist namelijk dat de nieuwe woning ongeschikt was, maar heeft desondanks gekozen om te verhuizen.
Er hoeft geen rekening gehouden te worden met beperkingen die mogelijk in de toekomst zullen ontstaan. Van iemand die geen problemen heeft, mag een gemeente niet verwachten dat deze rekening houdt met iets dat op dat moment nog onduidelijk is. Er is dus geen sprake van voorzienbaarheid als er geen bestaand probleem is.
Conclusie
De wmo biedt ondersteuning aan mensen om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Dit kunnen algemene voorzieningen, die voor iedereen toegankelijk zijn, of maatwerkvoorzieningen, die specifiek zijn afgestemd op de individuele situatie, zijn. De gemeente onderzoekt de eigen kracht en financiële mogelijkheden van mensen om te kijken of een voorziening verstrekt kan worden. Gebruikelijke hulp door huisgenoten en het aspect van voorzienbaarheid worden ook meegenomen in de beoordeling.
JUROP kan u bijstaan
Als u vragen heeft of een besluit van de gemeente heeft ontvangen, kan JUROP u bijstaan met advies of juridische bijstand bij procedures.
Neem contact op via het contactformulier, laat een terugbelverzoek achter of stuur een e-mail naar info@jurop.nl.
